Superslimme verkeerslichten zorgen voor vlottere doorstroming op de Brusselse wegen

412

Verplaatsingen met de wagen in Brussel zijn een avontuur, want door de drukte kan je vaak moeilijk je precieze aankomsttijd voorspellen. Zit een deel van de oplossing in de superslimme verkeerslichten waarmee onze hoofdstad in maart een Agoria Smart City Award 2018 won? De eerste resultaten zijn alvast heel bemoedigend. Ontdek het zelf in dit videofilmpje en interview met minister van Mobiliteit Pascal Smet.

Wat maakt een slim verkeerslicht nog beter, oftewel ‘superslim’?
Pascal Smet: Slimme verkeerslichten zijn verkeerslichten die kunnen reageren op informatie die ze via sensoren of detectielussen in het wegdek capteren. In Brussel staan er al heel wat van dergelijke lichten. Echt interessant wordt het pas wanneer je ze in een breder datanetwerk integreert. Op dat ogenblik worden ze superslim, omdat ze dan hun lokale intelligentie overstijgen. Hun regeling kan dan nog veel dynamischer worden geregeld en vanop afstand worden gecoördineerd met die van andere verkeerslichten in de omgeving.

Het is een beleid waar we in Brussel sterk op inzetten. Eind 2016 is Brussel Mobiliteit begonnen met de uitrol van een ambitieus verkeerslichtenplan. Het doel is om verkeerslichten op de 17 belangrijkste verkeersassen, inclusief de volledige Kleine Ring, op elkaar af te stemmen en in de meeste gevallen via een centrale verkeerscomputer aan te sturen. Daardoor zal de verkeersdoorstroming voor autoverkeer én openbaar vervoer gevoelig verbeteren.

Wat moeten we ons daar concreet bij voorstellen?
Pascal Smet: Enkele voorbeelden… waar de verkeerslichten vroeger in vaste cycli draaiden, zullen ze nu samen in coördinatie variëren tussen 75 en 140 seconden. Daarnaast zijn specifieke scenario’s voorzien voor onder meer de Europese Top-vergaderingen, tunnelsluitingen, de afsluiting van het Ter Kamerenbos of zelfs het uitrijden van brandweerwagens vanuit de kazerne Helihaven aan de Kleine Ring. Dat korps kreeg een speciale afstandsbediening. Na ontvangst van een noodoproep reageren de verkeerslichten in de buurt zo dat het drukke kruispunt IJzer/Sainctelette, tussen het Rogierplein en het Kanaal, op korte tijd wordt vrijgemaakt voor de hulpdiensten. Dit is dus een toepassing die letterlijk mensenlevens redt!

Elk van die bijzondere scenario’s zal real-time worden bijgestuurd door nieuwe detectielussen en radardetectoren die langer groen geven naargelang van de verkeersvraag (bv. meer wagens dan verwacht, drukknoppen van voetgangers of een aankomende bus of tram). En indien nodig kan ook altijd nog manueel worden ingegrepen vanuit de verkeerscentrale die in het Mobiris-verkeerscentrum is ondergebracht en via camera’s voortdurend de situatie op de weg in het oog houdt.

Klinkt interessant. Hoe ver staat het project nu en wat zijn de eerste resultaten?
Pascal Smet: De uitrol is nog niet voltooid omdat het zowel technisch als administratief een bijzonder complex project is. We zitten ongeveer halfweg, maar onze eerste bevindingen zijn zeer bemoedigend. Ten eerste, er is een duidelijk positief effect op de reistijden van het autoverkeer. Ter illustratie: op de Keizer Karellaan zien we stadinwaarts tot 30% tijdswinst (of 50.000 minder file-uren per jaar) op het gedeelte tussen de Gentsesteenweg en de ingang van de Leopold II-tunnel. Staduitwaarts tellen we op dezelfde as, van aan de ingang van de tunnel ter hoogte van het IJzerplein tot aan de Gentsesteenweg, zo’n 15% tijdwinst (of 140.000 minder file-uren per jaar).

Ten tweede, die vlottere verkeersdoorstroming betekent een forse verbetering van de luchtkwaliteit. Volgens ons berekeningsmodel komen we bijvoorbeeld voor de assen Leopold II- en Keizer Karellaan alleen al op 5% minder CO2-uitstoot uit.

Een derde winnaar is de gebruiker van het openbaar vervoer, want ook die ziet zijn bovengrondse reistijden afnemen én hij kan er steeds meer op rekenen dat de uurtabellen van de bussen en trams correct worden gevolgd. En dan zijn er natuurlijk ook nog de zachte weggebruikers. Ook de voetgangers en fietsers hebben er veel baat bij als de verkeerslichten beter op elkaar zijn afgestemd.

Fietsen in de hoofdstad, een aanrader?

Pascal Smet: Absoluut! Naast de 150 autotellussen die in het kader van het verkeerslichtenplan worden geïnstalleerd, voorzien we ook 10 fietstellussen die real-time tellingen bijhouden van het passerende fietsersverkeer. Langs strategische fietsroutes worden bovendien fietstelpalen geïnstalleerd waarop iedere passant kan zien hoeveel fietsers er al zijn voorbijgekomen. De eerste paal, langs de Wetstraat, telde sinds begin dit jaar al meer dan 100.000 fietsers en op korte termijn komen er nog minstens 10 andere telpalen bij. Deze telpalen zorgen voor een community-gevoel onder fietsers en tonen aan andere weggebruikers, zoals automobilisten, dat heel wat mensen in Brussel voor de fiets als alternatief kiezen.

Als overheid zijn we enorm geïnteresseerd in de data die we zo verzamelen en die voor iedereen beschikbaar worden gemaakt via ons gewestelijk open data-platform. Het geeft ons een objectief beeld van het voortdurend toenemend aantal fietsers op onze wegen. Die kennis kunnen we gebruiken om ook de fietsinfrastructuur te laten mee evolueren met de veranderende behoeften. Want voor ons is het duidelijk: de mobiliteit van de toekomst is multimodaal.

Bron: Agoria.be